Banner image Banner image

Verhalen

Titel Schrijver
Gedicht gevonden bij Post 7-20 Andre Marsman
Disco "Bayt Lift" Ton van der Kuil
Een paar anekdotes Jan Weekhout
Geschiedenis van Arjen Coops Arjen Coops
Een echte "Bikkel" Rob Mik
Libanon 1982 (eigen belevenissen) Andre Marsman
Chauffeur 1-9 muurtje Andreas van Beek
Bezoek Kpt. Langhenkel aan post 7-20 Dubbel vier 17-04-'82
In diensttreding Fred Fred Schepers
Peter Lindvall (Verpleger Swedmedcoy Hospital) Peter Lindvall

Gedicht gevonden bij Post 7-20

Andre Marsman

03-07-07: Het bord met het gedicht is teruggevonden in het Legermuseum in Delft.

(Ik kreeg vandaag 12-09-05 een mailtje van Gerard Heijink waarin hij meldt dat deze tekst in elkaar is gezet door enkele leden van lichting 80-2 op Post 7-20. Hij denkt dat Ron van Houten toen de creatieve geest hierachter was.) Gedicht toen Gedicht nu

  • Nog maar 10 dagen kijken naar die heuvelrug.
  • Nog maar 10 dagen, dan gaan we weer terug.
  • Naar beschaving en cultuur, flats en geasfalteerde wegen, naar de regelmaat van 't uur.
  • Weg van veel of helemaal geen regen.
  • Nog maar 10 dagen, geen bevolking meer zo stug.
  • Nog maar 10 dagen dan gaan we weer terug naar deburgermaatschappij, naar het "normale" leven.
  • Maar ik voor mij, zal nog wel eens denken, "ik wou nog even, ik zal het missen": prefabsfeer en luisterpost.
  • Ik zal het nooit vergeten, maten, patrouilles en soldatenkost.
  • Maar vooral: We hebben hier niet voor niets gezeten.
Omhoog

Disco "Bayt Lift"

Ton van der kuil

Na een oncomfortabele rit per vrachtwagen vanuit Beirut en nog wat stilletjes door de vele indrukken, kwamen de verse kortgeschoren bleekbekkies met hun frisblauwe baretten aan op hun bestemming. In mijn geval was dat post 7-11 in Yatar.

We werden opgewacht door de bemanning die er bijna een half jaar op had zitten. Zij waren duidelijk herkenbaar aan een uniform dat bestond uit een vaal-groen pak en een grijsblauwe door de zon gebleekte baret.

We liepen wat onwennig rond, onwetend wat ons te wachten stond. Na het toewijzen van de slaapplaatsen en het ophangen van de diverse foto's van vriendinnen, moeders en huisdieren die we op dat moment (zonder het te laten merken) al vreselijk misten, ging het eerste gerucht al rond.

"Heb je het al gelezen?" of "Ga jij ook mee?" was het eerste wat je hoorde als je ergens binnen kwam. Een zenuwachtig uitgelaten stemming maakte zich meester van een steeds groter wordende groep 'verse bollen' op de post. De laatste restjes heimwee maakten plaats voor een licht puberaal macho-gedrag en deze oergevoelens deden de vriendinnetejs toch wel heel snel vergeten.

Diezelfde avond stonden ze daar dan, een man of vijftien. Gekleed in "burgerpak" en de schoentjes gepoetst, netjes op een rij. Een kammetje gehaald door het weinige haar en de meesten omgeven door een wolk aftershave. Die avond zou het gaan gebeuren. Nog geen halve dag in Libanon, en dan al stappen! Want het stond toch echt op de affiches te lezen die in het kamp waren opgehangen: HEDENAVOND DISCO "BAYT LIFT"'.

In het naburige dorp zou er sprake zijn van een levendig uitgaanscentrum met disco, inclusief gewillige plaatselijke schonen. De hormonen gierden al door menig lichaam. De dienstdoende postcommandant hielp de stakkerds pijnlijk uit hun 'natte droom'. In plaats van per vrachtwagen af te reizen naar "Bayt Lift", werd hen duidelijk gemaakt dat dit een grap was van de oude vertrekkende lichting.

"WELKOM IN LIBANON"

P.s. Ik wil even duidelijk stellen dat ik niet tussen die 15 man zat!

Omhoog

Een paar anekdotes

Jan Weekhout

  1. In de vroege ochtend gingen we op patrouille ten zuiden van Yatar, dus de wadi in. De patrouille heette 'Papa Yankee Zoeloe'. Op een gegeven moment werden we vanuit "Bayt Lift" onder vuur genomen met de .50. Gelukkig konden we dekking zoeken. Op enkele meters afstand stoof het zand hoog op en we hadden een binnenkomende(firing close)kogel. Ik dacht dat die net naast van Wolferen was ontploft. Je kon je hand in het gat van de inslag leggen. De kogelscherven brandden een gat in mijn gevechtsbroek. In de vuurbaan lag (achter ons) post 1-1 C. De kogels die ons misten vlogen daar naar toe. Op post 1-1 C(harlie) vuurden ze terug, maar toen lagen wij weer in hun baan en sloegen de kogels opnieuw vlak bij ons in." Hoezo tussen 2 vuren!!!!!"
  2. We zaten in Duitsland in Vogelenzang op oefening. Het was er al goed koud en verschillende mannen hadden een theelichtje in de tent aangedaan voor wat licht en warmte. Op een gegeven moment ging er een nachtelijke oefening van start en iedereen moest op pad. Ik liep met mijn groep ergens en ik droeg de radio. Hoor ik Peereboom (onze peletons sergeant), Fred Schepers oproepen. "Soldaat Schepers wat is dat lichtje ten oosten van jou op die berg". Fred antwoordt "Ik zou het niet weten", waarop Peereboom over de radio schreeuwde "DAT IS #`#VERDOMME JE TENT DIE IN DE FIK STAAT!!!!!!!" hahahahahahahahahahahahahhah. Waren we vergeten het theelichtje uit te doen. hahahahahahahahahahahahahahahaahha.
  3. Ik dacht dat Dennis Kuils toen groepscommandant was van die nachtelijke patrouille. Ik zat toen op 1-1 Alfa. Dennis liep met zijn mannen in het voorterrein ter hoogte van de weg naar 1-3 Charlie. Toen kwamen er weer die halftracks naar beneden uit het Haddad huurlingen gebied. Zoals steeds schoten ze onder het rijden met zware mitrailleurs naar ons gebied. De tracers vlogen weer alle kanten op en het lawaai galmde door de wadi. Eenmaal beneden waren ze uit ons gezichtsveld, en Dennis gaf over de radio verslag van wat er verder gebeurde. De halftracks waren gestopt en mannen liepen Unifil gebied in. Ik weet nog dat er toen van onderaan de heuvel een bliksemschicht kwam gevolgd door een keiharde dreun. Er was een grote explosie. Dennis wist te vertellen dat er waarschijnlijk verschillende mannen in een booby-trap waren gestapt. Direct hierna was er ontzettend veel mitrailleurvuur richting Unifil gebied. Ook werden er mortieren afgevuurd vanaf de berg Hotel, het artilleriepunt van Haddad. Gelukkig werden eerst lichtgranaten de lucht ingeblazen. Dennis vreesde dat er kort daarop met mortierbommen gevuurd zou worden. Gelukkig bleven die uit. Achteraf bleek dat een hond van die mannen door een struikeldraad van een landmijn was gegaan waarop deze was ontploft. De gewonde Haddad soldaten werden door de mannen van 1-3 Charlie verzorgd en later afgevoerd naar Haris (dacht ik).
  4. Ik was met de wapenpik (hersteller), die kleine blonde met zijn o-beentjes, op 1-1 Alfa. Het was redelijk rustig die nacht. Ik sta met de HVkijker de omgeving rond te neuzen. Ik zag allemaal vuurvliegjes voorbij sneezen. Het was een mooi gezicht in dat groene licht. Op een gegeven moment werd ik plots naar achteren getrokken en viel om. Het was de wapenpik die me weg trok. Op hetzelfde moment hoorde ik het mitrailleur ratelen.Het is algemeen bekend dat de lichtspoormunitie sneller is dan het geluid. Ik stond dus met mijn HVkijker gewoon tussen de tracers, en in plaats van vuurvliegjes waren het looden punt 50 ballen.......verdomme. Ben daar lang niet goed van geweest. Het was maar goed dat die wapenpik mij daar weg trok.
  5. Ik weet nog, het gebied aan de kust was afgelost door nieuwe hap. Ze waren er nog maar een paar dagen toen de kapitein van dat gebied alle posten waarschuwde dat er vanwege de beschietingen geen eten naar de buitenposten gereden zou worden. Ik pakte toen de mike en begon mijn beklag te doen. Verdomme, we zijn hier nog maar net in dit k..land en nu al geen vreten meer, en die officieren die zullen hun buik wel volvreten met ons eten bla bla bla.......Die kapitein riep toen één voor één de posten op. Hij probeerde de stem te herkennen van degene die zijn beklag had gedaan. Toevallig was er iemad die antwoordde , die ongeveer dezelfde stem had als ik. Ik hoor de kapitein nog zo zeggen...."als de beschietingen gedaan zijn, bij mij melden" hahahahahaha. Weken later ging de eerste bende van ons gebied naar huis en werden wij bijgestaan door de mannen van de kust. Ik moest op 1-1 Alfa met een andere korporaal waarnemen. Was best wel een grote en flinke kerel. We zijn wat aan het praten en ineens vertelde hij, dat hij, toen hij net in Libanon was, zwaar genaaid was geweest door één of andere hufter. Hij vertelde dus van die foerage die niet doorging vanwege zware beschietingen, en dat er iemand met ongeveer dezelfde stem als hij, aan het kankeren was door de radio op compagnies niveau. De commandant verdacht hem ervan de klager te zijn en hij was zwaar gestraft. Hij vertelde "als ik ooit die smeerlap tegen kom, dan maak ik hem eigenhandig af" Ik gaf hem groot gelijk. Ik heb toen maar de hele nacht buiten 1-1 Alfa gestaan. pfffffffffffffffffff.. hahahaha.
  6. 1-9 Muurtje kenden we al, onze Adreaske he, kon nooit goed rijden trouwens haha, er zijn zelfs foto's van hihihihi. Maar wisten jullie wel dat Andreas en ik de enige twee zijn uit onze groep die de commando's gehaald hebben. Andreas heeft zich toen gedragen als een echte vent, ik vond dat zo knap van hem!!!!!!!! Maar 20 jaar later besef ik eindelijk waarom...... Hij geilde natuurlijk op die heerlijke binken van de groene baretten en wou zich niet laten kennen... Nee onze Andreaske was een echte bikkel. Ik moet nog ergens een foto hebben liggen van ons twee dat we het einde van de oefening gehaald hadden. Onze Dennis Kuils was de Model soldaat bij de commando's.
  7. Toen de mannen van 7-20 met ons met een nachtelijke patrouille mee moesten was er een sergeant van 7-20 die met Libanese soldaten op pad moest. Hij wou de wadi naar beneden verkennen, maar die Libanese soldaten durfden niet meer "is always shooting there". De sergeant ging op zijn strepen staan en toen trok toch één van die Libs een pin uit de granaat en duwde die bij de sergeant in de jas???? De kapitein (Langhenkel) heeft toen nog tussebeide moeten komen samen met die Libanese commandant. Die soldaat hebben ze toen naar Beiroet gestuurd........naar de grens met Syrië.....weet niet of hij dat overleeft heeft.
  8. Nog een paar herinneringen:
    • Een ieder kent wel het verhaal van Dave Koorn die even een fikkie ging stoken en een beetje te enthousiast was en zijn hele gezicht verbrandde.
    • Wachtmeester Kock was een absolute niet roker, hij vond het niet goed, niet gezond. Maar toen we de eerste firing close kregen op de heuvel bij Swaya, vroeg hij mij spontaan een sigaret hahahahahha.
    • Wie kent er nog WITTE PIJL???? Jaja, dat was op een andere radiofrequentie en maar lachen.
Omhoog

Geschiedenis van Arjen Coops

Arjen Coops

In 1982 ben ik als dienstplichtig gewondenverzorger naar Libanon uitgezonden. Zo groen als gras kwamen mijn kameraden en ik daar aan na een, voor mij eerste, vliegreis. Beiroet lag er kapotgeschoten bij, zoals we vanuit de lucht zagen. Bij het verlaten van het vliegtuig kwam ons de tropische hitte tegemoet als een hamerslag in ons gezicht. Na welkom geheten te zijn door de overste Van Tol, de bataljonscommandant van dat moment, gingen wij op weg.

De rit naar ons gebied, het vak van ‘Dutchbatt’, gezeten achterin drietonners door het stoffige Beiroet met op de achtergrond geweervuur, was om nooit te vergeten. Ik werd als gewondenverzorger twee maanden op post 7-20 ter ondersteuning van het infanteriepeloton geplaatst. Gelukkig heb ik in mijn functie als hospik mij alleen maar bezig moeten houden met de hygiënische zaken. Daaronder vielen zaken als het verbranden van de stapel poep onder de raket (onze wc). Hieruit blijkt weer dat militairen naast bikkel te zijn ook een stelletje schijters kunnen zijn. Verder heb ik daar deelgenomen aan patrouilles (vaak in de nacht) en zo van mijn collega soldaten het infanterie optreden geleerd. In onze vrije tijd hebben we veel spelletjes ‘Risk’ uitgevochten.

Na de aflossing en rotatie van de mannen van 7-20 heb ik de laatste 4 maanden van mijn uitzending op de BHP (Bataljons Hulp Post) in Haris als gewondenverzorger gewerkt. Het dieptepunt was wel de Israëlische invasie op 6 juni. ‘Vrede voor Galilea’ heette deze operatie die onder leiding stond van de Israëlische minister van Defensie Ariël Sharon. De Israëlische invasie bracht een grote stroom vluchtelingen vanuit Tyrus en Beiroet op gang van wie de hulpbehoevenden en gewonden zich bij ons op de BHP melden. Het zien van zoveel menselijk leed heeft bij mij een diepe indruk achtergelaten. Als ik mijn ogen sluit kan ik zo hun gezichten voor de geest halen…

Een paar jaar later na terugkomst in Nederland heb ik gesolliciteerd als beroepsmilitair bij de Geneeskundige Troepen. In die tijd was er weinig passend werk voor mij te vinden in de burgermaatschappij. Ik miste de saamhorigheid van het leger in de diverse uitzendbaantjes.

Na aangenomen te zijn ben ik in 1986 in Weert met de onderofficiersopleiding begonnen. Na afronding van de geneeskundige opleiding op de Korporaal van Oudheusden Kazerne in Hollandsche Rading ben ik in 1988 in Nunspeet geplaatst.

Een jaar later stonden mijn commandant en ik op een middag in november in de compagniesbar naar de televisie te kijken. Daar werden beelden getoond van de bestorming en de val van de Berlijnse Muur. Er brak toen letterlijk en figuurlijk een andere tijd aan. De Koude Oorlog was voorbij. Het leger kreeg een andere bestemming. In diezelfde tijd staken op de Balkan oude vetes de kop op. Door de Nederlandse regering werden op verzoek van de VN in 1990 verbindings- en transporteenheden daar naartoe gestuurd. Jonge dienstplichtigen en beroepsmilitairen moesten tussen de strijdende partijen hun werk doen. Ook zij werden, net als ik 10 jaar eerder in Libanon, geconfronteerd met leed en gevaar. Veel van deze mensen hebben nog steeds last van de gevolgen van deze uitzending.

In de jaren die daarop volgden werd het dienstplichtig leger omgevormd tot een beroepsleger. De VN deed in 1993 weer een beroep op de Nederlandse regering voor het leveren van troepen. Na een, naar mijn mening, korte voorbereiding werden in 1994 een logistieke en een infanterie- eenheid (het nieuwe luchtmobiel die niet vanuit de ‘lucht’ maar mobiel, in de vorm van pantserrupsvoertuigen zou moeten optreden) naar respectievelijk Lukavac en Srebrenica uitgezonden. In de voorbereiding heb ik samen met een andere collega, die net als ik naar Libanon uitgezonden was geweest, geprobeerd om ongevraagd adviezen te geven over het optreden en omgaan met mensen uit een andere cultuur. Dat werd niet altijd gewaardeerd. Ook over onze beeldvorming, dat wij de oorlog ingingen werd een beetje lacherig gedaan. “Wij gingen toch als peacekeepers” was een veel gemaakte opmerking. Alsof een blauwe baret bescherming tegen kogels biedt…

Tijdens mijn verblijf in Bosnië maakte ik deel uit van het ziekenautopeloton. Wij reden met militaire ambulances achteraan de konvooien. Onderweg zag ik veel leed en ik wist dat ik daaraan op dat moment niet veel kon doen. Wij konden de Bosniërs op dat moment geen hulp en hoop op een betere toekomst geven. Na terugkomst uit Bosnië merkte ik dat ik mij niet meer thuis voelde in dit leger. In overleg met personeelszaken in Den Haag ben ik met de studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening begonnen.

Nu anno 2005, heb ik als vierdejaars student, naast een baan bij een instelling voor begeleid wonen, een stageplaats bij het Kennis- en onderzoekscentrum (KOC) van het Veteraneninstituut (Vi) in Doorn. Voor het KOC heb ik onderzoek gedaan naar hoe er wordt omgegaan, in de vorm van hulpverlening, met militairen en hun gezinnen die terugkomen van een uitzending. Dit onderzoek heb ik inmiddels afgerond.

In de nabije toekomst hoop ik meer te kunnen doen voor veteranen en hun achterban.

Omhoog

Een echte "Bikkel"

Rob Mik

Heee hallo Oud daar

Omdat het voor de meesten van ons toch alweer een poosje terug is, zal ik mijzelf maar eens opnieuw voorstellen:)) Mijn naam is Rob Mik en ik zat in de groep met o.a. Rob v. Wolferen (tuutje chips), Jan Weekhout (kloote Belg), Kees Brouwer (Ku... Donald duck voeten) en natuurlijk niet te vergeten wachtmeestertje Kock. Zoals jullie ook nog wel weten moest onze groep, toen wij naar het grote avontuur Libanon gingen, afscheid nemen van het 2e peleton. Jullie gingen naar Post 7-20, en wij (met een aantal mensen van het stafpeloton) samen met Langhenkel naar Yatar, Post 7-11, om daar als FMR groep te gaan fungeren. Dit hield in dat wij met die stafmensen en een paar verdwaalde Libanezen 2 sub posten (11a en 11c) moesten bemannen. Er werden daar ook diverse patrouilles uitgevoerd met de YP jeep of met de benenwagen. We moesten ook nog wel eens als FMR groep uitrukken als er ergens in een ander Unifil-gebied een paar idioten het weer zo nodig vonden om met elkaar een robbertje te vechten. Mijn sterke verhaal wil ik graag opdragen aan een echte Libanon Bikkel:)) wachtmeerster Kock.

Ik weet me mijn eerste ontmoeting met wachtmeestertje Kock nog goed te herinneren Iedere andere kamer/groep kreeg een "gewone sergeant", maar wij kregen een heeeel klein wachtmeestertje met een best wel hoog stemmetje. Zoals ik al een beetje verwacht had, was hij niet echt streng tijdens de opleiding (al probeerde hij het wel hoor). Hij probeerde ons nog wel een te pesten door ons een extra speedmars te laten doen. Helaas voor hem gingen wij dan weer zo hard lopen dat zijn korte beentjes dat dan weer niet bij konden houden. Speedmarsen:)) Weet jij nog waar jij jezelf had verstopt toen we vrijwillig in onze eigen vrije tijd een speedmars training met sgt Peereboom gingen doen?? Die speedmars training was toen geloof ik omdat we naar de commando's moesten (pantzersturm) en Peereboom, die daar een paar vriendjes had zitten, niet voor aap wilde staan. Wat hebben die gasten (commando's) hem toen afgeknepen he:))))))))

Een ander leuk moment bij de commando's was toen Kock slingerend aan een touw over een slootje zwierde en toen net niet helemaal goed uitkwam (met zijn korte beentjes) bij de afsprong. Het gevolg was een duik in de sloot. Later is Kock nog met zijn heup op een houten balk gevallen, waardoor hij bijna niet meer kon lopen. We hebben toen met hem rond lopen sjouwen omdat hij (de maloot) niet op wilde geven en de 14 dagen absoluut vol wilde maken. Of dat nou gelukt is weet ik niet, want ik behoorde tot de groep van velen die zich de 2e week ziek hadden gemeld (ben wel goed maar niet gek) Ik ben ook benieuwd of ze die loop van de MAG ooit nog wel eens terug gevonden hebben.

Maar goed, nu maar even het eigenlijke verhaal.

Toen we als FMR groep in Yatar zaten hebben de meesten van ons er ook wel genoeg dingen meegemaakt, die soms wel heftig waren. Er hebben toen ook best wel een paar angstige momenten tussen gezeten, hieronder volgt er zo één. Wie er nu eigenlijk precies bij waren dat weet ik niet meer (wil ik nog wel graag weten van jullie). Het FMR was in "Fijibatt" je weet wel die jongens die in het donker niet meer naar buiten gingen omdat ze bang waren voor geesten. We waren met een volledige groep in de YP in de buurt van een dorpje waar flink werd geschoten, zo heftig had ik het nog niet meegemaakt. We hoorden toen ook nog de melding dat iemand een ezel door de lucht zag vliegen die door een (mortier??) granaat was getroffen. Op een gegeven moment moesten wij met onze YP in een hele onoverzichtelijke situatie een roadblock inrichten op één van de toegangswegen naar dat dorpje. Toen we daar al even stonden en het schieten wat minder was geworden mochten we van wachtmeester Kock (daar is ie weer) halfluiks gaan zitten (zo noemden ze dat toch?).

We stonden op een heuvel vlak naast een half afgebouwd huis (je kent ze wel), en toen we daar al even stonden zagen we vanuit de verte 3 libanezen aan komen lopen met het nodige aan wapens bij zich, o.a. een antitank wapen. Eenmaal bij de YP aangekomen gaven ze ons in niet mis te verstane woorden te kennen dat we daar "op moesten rotten". Als we dit niet zouden doen dan zouden ze ons wel even van de weg afblazen (aardige jongens). Maar onze Kockie zette zijn zwaartste stem op en vertelde die gasten dat hij daar absoluut niet aan kon beginnen en dat hij ook zijn orders had. Vervolgens liepen die Libanezen erg kwaad en schuimbekkend weg en ik dacht "way you go Kockie kick ass". Toen vervolgens één van de Libanezen met zijn antitank wapen geknield op de weg ging zitten vond ik het niet zo leuk meer. Wachtmeester Kock riep gelijk dat we allemaal uit moesten stijgen en dekking moesten gaan zoeken bij dat half afgebouwde huis en dat alleen de boordschutter en de chauffeur in de YP moesten blijven. Ik weet nog goed dat, terwijl wij bezig waren om zoveel mogelijk stenen te vinden om achter weg te kruipen, wachtmeester Kock voor de YP ging staan en de boordschutter het commando gaf om door te laden. Het gevolg hiervan was dat die Libanezen op een gegevn moment toch maar afdropen.

We zijn daarna nog best wel lang in dat gebied gebleven en hebben daar toen samen met anderen de volledige rust in dat gebied hersteld (voor dat moment). Als we daarna onze patrouilles reden met de YP door het gebied werden we, uit dankbaarheid van de bevolking, overladen met fruit en bloemen. Ze vonden het toch wel erg fijn dat we daar, voor misschien maar heel even, een beetje rust gebracht hadden.

Ik sluit me dan tenslotte ook graag aan bij de laatste regel van het gedicht dat ene A. Marsman gevonden heeft op post 7-20. "We hebben hier niet voor niets gezeten".

En Kockie is zeker ook "EEN ECHTE BIKKEL" :)))))

Omhoog

Libanon 1982 (eigen belevenissen)

Andre Marsman

Libanon '82

Na een lange opleiding van acht maanden in de JWF kazerne in Assen was het dan zo ver dat ik met de eerste groep van ons op 19 jan '82 naar libanon vertrok. Voor mij was dit ook de eerste keer dat ik ging vliegen. Wat dat betreft was het avontuur voor mij al bijna kompleet. Wat ik toen nog niet wist was dat ik toch wel een heel andere tijd tegemoet ging in libanon dan de meeste boys van onze groep op 7-20 en 7-11.

De eerste aanblik van Libanon heeft veel indruk op mij gemaakt. We gleden over de landingsbaan, ik keek door het raampje en zag kapotgeschoten vliegtuigen, hangars etc. Na het ceremonieel van de wisseling en de anderen uitgezwaaid te hebben moesten we in drietonners plaatsnemen voor de rit naar het zuiden. Wat ik me goed kan herinneren was dat we tijdens de rit ontzettend hoge nood hadden. Dit alles kwam doordat we te veel van die groene blikjes leeg hadden gedronken in het vliegtuig. We dachten n.l. dat we deze de eerste tijd niet meer zouden krijgen. Hier hadden we dus niet goed over nagedacht. De oplossing was dat we de kleine jongen maar tussen het dekzeil en de bak moesten hangen om de druk kwijt te raken.

Toen de groep in Yatar opgesplitst was, ging ik op weg naar onze post 7-20. Daar aangekomen in het donker konden we ons slaapstekkie uitzoeken. Daarna kregen we een rondleiding over de post van de oude hap. Na wat gedronken te hebben gingen we na een lange dag naar ons bed. De volgende morgen werd ik al vroeg wakker want ik had het gevoel dat ik op tralies had geslapen. Het waren gewoonweg slechte stalen bedden. Dan maar vroeg opstaan en naar het waslokaaltje om mij wat op te frissen. Maar ook dat viel direct al tegen, het water was zo troebel dat ik mijn tanden niet durfde te poetsen. Ik heb toen een flesje 7up uit de kantine gehaald om mee te spoelen. Maar ook dat houd je niet lang vol. Na enkele dagen gebruik je het water toch maar, met het gevolg dat je daarna een paar dagen aan de diaree bent.

Gelijk de eerste dag moesten we al ingewerkt worden door de oude hap en dat hield voor mij in dat ik voor het eerst op nachtpatrouille ging via de wadi (dal) naar subpost 7-20B die onder in het dal lag. Nadat we een uur hadden gelopen in het donker stond mijn hart voor de eerste keer stil in libanon want ik hoorde voor ons een boel stenen gekletter. Ik heb toen voor de eerste keer mijn geweer doorgeladen. Vervolgens hoorde ik een boel schatergelach achter uit de groep. Wat was het geval, één van de jongens van de oude hap die achter ons liep had stenen over ons heen gegooid om ons (verse hap) bang te maken.

Dit was niet het enige voorval die nacht. Onwennig lopend tussen de doornstuiken hoorde ik ineens iemand zeggen “magabba magabba” (dit betekend goedendag of zoiets, maar dat wist ik toen nog niet) met als gevolg dat mijn hart voor de tweede keer stil stond en het geweer voor de tweede keer doorlaadde. Er zat iemand onder een paar golfplaten die van de doornstruiken houtskool maakte, dat in de dorpswinkeltjes werd verkocht. Nadat we bij post 7-20B aangekomen waren hebben we daar wat uitgerust, gedronken en de boel verkend. Hierna volgde een steile klim naar boven terug naar post 7-20.

Na zo’n lange patrouille krijg je wel honger. We gingen onze eigen keuken in maar dat viel ook verschrikkelijk tegen. Wat ik daar aantrof was ook niet om over naar huis te schrijven. Een vies fornuis, bakvet dat boven aan de golfplaten hing en dat de pan weer in lekte als het te heet werd. Het enige wat je daar bereidde was gebakken ei. En het “warme” verpieterde eten dat uit de gaarkeuken van Yatar kwam was ook niks!!! En ik ben toch best wel wat gewend.

Na twee weken van wennen was ons dak van de raket (wc) de wadi ingewaaid en ik moest samen met een paar anderen deze uit het ravijn halen. Dit ging niet zo goed, want voor dat ik er erg in had lag ik al onder in het ravijn met nog iemand. Na bijgekomen te zijn van de klap en de schrik kreeg ik een hevige pijn aan mijn onderbeen en enkel. De andere jongen had gelukkig niks. We lagen daar zo ongelukkig dat ze ons niet makkelijk weg konden halen. Na een lange tijd van wachten kon de hospik Muis ons, door middel van een omweg, zonder brancard bereiken. Er werd besloten, (nadat geconstateerd was dat ik waarschijnlijk een beenbreuk had) dat ik op handen en één been me van de berg af moest laten glijden. Vervolgens werden er broeksriemen om mijn middel gedaan waarmee de hospik en nog wat andere jongens mij naar boven konden hijsen naar de post. Al met al heeft het 8 uur geduurd voor ik met mijn gebroken enkel, kuitbeen en aan twee zijden kapotte enkelbanden in het Swedmed, Zweeds VN hospitaal in Naqoura (enkele kilometers bij de Israëlische grens vandaan) lag.

Foto's van het ziekenhuis.

Uit de gemaakte röntgenfoto’s bleek dat ik geopereerd moest worden. Dit zou gebeuren d.m.v. een ruggenprik. En ook hier ging het niet goed, de arts prikte verkeerd waardoor ik bijna tegen het plafond vloog van de pijn, dan maar een narcose. Het gevolg van de prik in mijn rug was dat ik met knallende hoofdpijn en rugpijn een week volledig plat lag. Ik kon hierdoor mijn Monique (inmiddels mijn vrouw) en mijn ouders niet schrijven wat er toch allemaal gebeurd was. Later heb ik gehoord dat mijn ouders die bewuste avond van defensie wel een telefoontje hadden gehad dat ik in het ziekenhuis lag en gewond was, maar dat ze niet precies konden vertellen wat er was gebeurd, en wat ik nu precies mankeerde. Ze moesten wachten op mijn eerste brief om het aan de weet te komen.

Na een week ging het al wat beter en kon ik mijn ouders en Monique geruststellen over het gebeurde. Na nog twee weken met veel lol met mijn kamergenoten, (een fransman die door zijn knie was geschoten, een Ghanees die de ribben had gebroken, een Fiji en Rik van Trigt van Post 7-11(chauffeur kapitein), die zijn enkel gebroken had) en de vrouwelijke Zweedse verpleegsters in het ziekenhuis doorgebracht te hebben moest ik afscheid nemen. Normaal gesproken zou ik met deze verwondingen naar huis gestuurd worden, maar in de eerste week dat ik in het ziekenhuis lag kreeg ik bezoek van een (wat later bleek) hoge officier. Ik heb hem tijdens zijn bezoek kunnen overtuigen van het feit dat ik mij nog best nuttig zou kunnen maken. Ik mocht dus blijven. Met een heli werd ik via Haris terug gebracht naar post 7-11 omdat men vond dat ik daar meer van nut kon zijn dan op post 7-20.

Na 24 uur was ik echter alweer terug in het hospitaal. Het bleek dat de wond losgesprongen was doordat ik na 3 weken niet gelopen te hebben dit inees wel moest doen (met krukken). Ik heb nog een week hier gelegen.Toen dit alles achter de rug was ben ik toch teruggekeerd naar post 7-20 en heb daar hoofdzakelijk wachtdienst, foerage-ritten en rijdende patrouille gedaan.

Toen werd het 30 april, Koninginnedag werd gevierd in Haris.

Nadat 's morgens Force commander luitenant-generaal W. Callahan ons medailles had opgespeld mochten wij met enkele mensen naar het optreden van Hansje Ravenstijn op het dorpsplein.

Libanon voertuig Libanon voertuig Libanon voertuig

Nadat we de YP (vol met wapens) aan de rand van het dorp langs de weg hadden geparkeerd zijn we lopend naar het dorpscentrum gegaan. Eerst heb ik voor het optreden begon nog een dubbele hamburger voor 6 lip (toen ongeveer 3.6 gulden)gekocht. Dit was altijd het eerste wat we deden als we in Haris kwamen, dit was gezien het eten dat we op de post kregen een Koningsmaal. Nadat we de hamburger opgegeten hadden liepen we naar het inmiddels begonnen optreden van Hansje Ravenstijn.

Na een tijd van het optreden genoten te hebben moesten wij naar onze post terug om de andere jongens af te lossen. Toen ik (als boordschutter) en mijn chauffeur net het dorpsplein weer op kwamen rijden hoorden we een schot. Na wat ik later heb gehoord is er een man op een motor aankomen rijden die door Majoor van Coberen onderuit gehaald werd. Deze man wilde toen gericht schieten op de Majoor maar dit kon voorkomen worden door een ingreep van een plaatselijk bewoner. Op dat moment heb ik uit voorzorg mijn .50 doorgeladen . Er sprong direct een officier bij mij op de YP die mij het bevel gaf om niet te schieten. Nadat iedereen weer was gekalmeerd zijn we terug gegaan naar onze post. Voor het hele verhaal dat bij het programma "Andere tijden" van de VPRO is uitgezonden klik hier.

Ik wil wel hierbij de opmerking plaatsen dat ik het niet eens ben met het volgende citaat: "Een aantal van hen is ziedend van woede over wat er het gebeurt en haalt een pantservoertuig, vol met wapens, bij de dichtstbijzijnde post, vastbesloten om hele dorp plat te schieten." Wij kwamen gewoon per toeval op dat moment het plein oprijden om terug te keren naar onze posten. De 1e YP die in het filmpje is te zien, was die van onze post 7-20. Het 2e voertuig is van post 7-11 uit Yatar + Nekaf.

Na nog een kleine maand in Libanon doorgebracht te hebben mochten wij dan op 25 mei terug naar huis. Ik kan ondanks dat ik daarna nog drie keer geopereerd ben en ik mij mijn diensttijd toch heel anders had voorgesteld, terugkijken op een leerzame en kameraadschappelijke periode in mijn leven waar ik nog graag aan terugdenk.

Omhoog

Chauffeur 1-9 muurtje

Andreas van Beek

Het leven van een YP chauffeur gaat niet altijd over rozen…… of was het nou rotsen.

Even snel voorstellen. Ik ben Andreas van Beek en heb mijn rijopleiding gehad in Bergen op Zoom en Veldhoven. Ik zat in het groepje ongeregeld in Yatar bij Keesje Brouwer, Polleke Weekhout, Robbie Mik en natuurlijk wachtmeestertje Kock en nog een heel zooitje Libanezen die bij ons in het kamp waren om te leren ………….hoe gezellig het is met mannen onder elkaar….. Enfin…..

In Assen werd al duidelijk dat Keesje Brouwer mijn boordschutter zou worden en tevens mijn bijrijder. Wat me nog bijstaat in Assen waren die klote maattenaaiers van een Marechaussee, als we op vrijdagmiddag naar huis mochten en je dan een prent kreeg, omdat je te hard over het kazerne terrein had gereden. Boehoeeeeeeeee. Leuk waren ook de gasmasker oefeningen, waarbij je zowat stikte en putjes graven, speedmarsen met die Peereknots. Helemaal leuk werd het in Roosendaal bij de commando’s……..Nat natter natst……..Koud koeler onderkoelt……maar ik heb de 2 weken afgemaakt!!!!.

Geloof dat ik de enige was van ons groepje…. Het resultaat was wel dat ik daarna een dubbele longontsteking had en een tijdje thuis moest blijven en het geheel niet zeker zou zijn dat ik naar Libanon zou gaan. Uiteindelijk toch wel en Yatar was zo’n leuk toeristisch plaatsje waar de wegen net zo breed waren als de YP. In het begin reed ik nog heel voorzichtig……oude van dagen op de weg, geiten op de weg, landmijnen naast de weg……De routine sluipt er dan snel in en op een mooie avond, de maan stond helder moest ik met Keesje Brouwer naar een buitenpost rijden omdat daar geschoten zou zijn. Wij moesten daar dan gaan staan en eventueel terug schieten, maar dan wel over de hoofden van degene die op ons schoot…Lekker effectief dus. Enfin we komen ergens op een verlaten hellinkje en ik moest de YP weer in zijn achteruit rijden om te kunnen keren. Normaal gesproken moet de bijrijder uitstappen en aanwijzingen geven, maar ja na 100 keer weet je het wel… Niet dus!!!! Dat hebben we geweten. We rijden naar achter en ik kom verdomme op een rotsblok vast te zitten, precies zo in het midden van de YP. Geen beweging meer in te krijgen. Hij bleef precies zo in het midden hangen…….K*T…..

Vastgelopen YP Vastgelopen YP

We moesten natuurlijk ons kampement inlichtten….Nou ze hebben met drilboren geprobeerd de rotsblokken onder de YP te breken, maar dat is nooit gelukt. Ik moest noodgedwongen bij de YP blijven en pas de volgende dag hebben ze met takels uit Haris de YP weer op de rails gekregen. Daar ik ook geen eten kreeg was een van de dorpelingen zo gastvrij om mij wat eten te brengen…..Die Langhenkel wou mij natuurlijk straffen…..Nou dit zou verbleken bij wat ik daarna zou uitspoken.

De patrouilles gingen weer als ouderwets en Keesje was nog steeds mijn boordschutter/bijrijder. Het was weer eens een mooie avond/nacht en we werden weer op pad gestuurd naar een buitenpost. Ik scheurde langs de waterplaats, daarna rechtsaf naar boven langs de moskee het geitenpad op. Ik trapte het gaspedaal tot aan de bodem in en maakte af en toe wat vierkante bochten….Ja je moet toch wat om het spannend te houden hoor die lange nachten…..Ik voelde opeens wel een soort van klap en de YP schudde nogal, maar ik had hem nog aardig in bedwang en daar ik als bestuurder nogal laag zat had ik geheel niet in de gaten wat er gebeurd zou kunnen zijn…….Toen we op de plaats van bestemming waren aangekomen werden we opgeroepen om maar weer snel terug te komen naar het kampement, omdat een aantal woedende inwoners van Yatar verhaal kwamen halen bij onze kapitein.

Wat bleek, die dreun die ik gevoeld had was de klap van de YP met de rechterkant op een niet zo stevig muurtje……… Ik was nog net niet het hele huis binnengereden, maar de muur rond de groentetuin was volledig in elkaar geklapt. Zag er best wel grappig uit…..zoiets als Domino Day…….Dus geen groenten meer, geen muurtje meer…..claimen die hap bij onze kapitein. Ze hebben dik moeten betalen en ik heb een vreselijke douw gekregen en moest zelfs in Arnhem bij de krijgsraad voorkomen om mijn verhaal te doen. Omgereden muur

Vandaar ook dat ik in gesprek was met onze geestelijk verzorger in Libanon, die tevens fungeerde als raadsman. Ik ben eraf gekomen met een kleine boete en een mooie bijnaam 1-9 muurtje. Heden ten dage rijd ik zelf in een monster truck (Korando) en daar rijd ik ook Belgen aan in hun kofferbak en hebben ze een Whiplash, of ik rijd in Breda een hele lantarenpaal eruit………ik zeg maar zo….ik verleer het in ieder geval niet!!!

Omhoog

Bezoek Kpt. Langhenkel aan post 7-20

Dubbel vier 17-04-'82

Hieronder een stuk dat gepubliceerd is in de dubbel vier van zaterdag 17 april 1982 4e jaargang.

Omhoog

In diensttreding Fred

Fred Schepers

Poeh he,………………..ff denken.

Mijn 1e dienst contact. Ergens in februari/maart 1979 ging in Amsterdam een deurbel. “Meneer Schepers?” “Ja”, antwoordde ik. “Mijn naam is rechercheur Kweetnietmeer en ik kom u even vragen waarom u niet op de dienstkeuring was verschenen”. “Ik kom u alsnog verzoeken even naar de keuring te komen, en voor de zekerheid en gezelligheid ga ik even met u mee.”

Tja, dat ging toen zo he. Gezellie met zijn drietjes naar de keuring alwaar ik mij uit nijd opgaf voor alle onderdelen die de keuringsarts mij toen opnoemden. Marine, luchtmacht, landmacht, mariniers, commando´s en natuuuurlijk had ik geen probleem om uitgezonden te worden naar waar ook ter wereld (ik realiseerde mij toen nog niet dat de goede man bedoelde “Het einde van de wereld”). Na de keuring weer naar buiten, netjes thuisgebracht door oom agent en in “mijn” wetenschap dat ik toch niet in dienst ging. Ik had het veel te druk: Stratenmaken, stappen etc.

Ergens begin 1981/3 ging in Amsterdam een deurbel. “Meneer Schepers?” “Ja”, antwoordde ik. “Mijn naam is Wachtmeester Kweetnietmeer jr. van de K.Mar.” “U was waarschijnlijk vergeten om zich te melden in Assen, en daarom kom ik u even ophalen”. “O ja” zei ik, “En wie dacht u daar voor mee te nemen?” De wachtmeester had 3 collega´s meegenomen, de een nog groter als de ander en een busje. Een schaapachtige grijns tevoorschijn toverend heb ik wat spulletjes gepakt en ben voor de gezelligheid toch maar meegegaan. Op naar Assen. Naar een avontuur waar ik verbazingwekkend genoeg, heel vaak met weemoed aan terug denk.

Stap voor stap zal óók ik, een wagonlading verhalen produceren voor deze site, waarbij iedereen wel een beurt krijgt, van de pianovingers van Jos Kluin, tot de nachtelijke incidenten op de kamers, waar Henny Kesler met een allejézus grote schaar, gekregen van Janco Roep (Je weet wel, van die ontstoken zaadbal tijdens een oefening) dreigde het schaamhaar te knippen van sld. kweetnietmeer, die wij met een mannetje of 6 midden in de nacht en in het donker hadden vastgebonden op het bed. En van de gebroken middenvoetbeentjes van Ger de Roo, nadat hij met behulp van een brandslang uit zijn bed was geholpen tot de televisie die uit het raam werd gegooid na een voetbalwedstrijd.

Evengoed ben ik blij weer van jullie te horen en te lezen……

Omhoog

Peter Lindvall (Verpleger Swedmedcoy Hospital)

Peter Lindvall

My name is Peter Lindvall, I was a Nurse at the Ward at Camp Silvia and this is my story. I was 24 when I went to Lebanon for my first time. I was there from August 1981 to February 1982 that time.

We all know about how warm it was and how difficult it was to do a normal job because of the heat. We were lucky. Our camp was at the beach and the only problem was the Lebanese swimmers who used dynamite while fishing! It was nothing to compare with the soldiers at the check-points inland. In November we came under a siege. A Sherman tank from the Lebanese South Christian Army blew up our water supply and placed it self in front of our gate, aiming the gun towards the Hospital. I can assure you that I felt very small while I was facing that gun. The siege went on for a week without water and we where the head news on BBC World Service for almost a week.

At the hospital it was work as usual. The most common disease was truley “ Jalla”. Jalla means Hurry Up in Arabic, another name for the disease is The Revenge of Montezuma... It worked like this; when you felt it was time to go to the toilet, it was to late...you can imagine the rest! That was how I met Roland Kerssemakers from Holland. He was even having his own Medal-parade at the hospital, dressed in a very not military uniform ( a white shirt ), he was medallied by the CO of DutchBatt while we from the ward were the guard of Honour. Not trying to get to close so we would be infected too...

We mostly cared for civilians though. Many of them where children and had severe burns all over there bodies, shot somewhere, also. They never survived a landmine I guess but they picked out the explosives and used them to catch fish with! Now you can understand why it was dangerous to swim outside our camp. I still think a lot of the children we nursed. We had about 4-6 soldiers who had stepped on a landmine. All had one leg blown away.

The soldiers we helped came from many countries. Scandinavia, Holland, Nigeria, Fiji, Ghana, Nepal, Israel, France, Ireland, Senegal aso. Yes, you read right, we nursed some from Israel too. I have to say something about these people. Fijians: so very nice people and they can sing as beautiful too. Ghanese: so very friendly. Nepalese: very proud soldiers, and they should also be very proud soldiers. Ireland: If you once have heard the Bag-pipe mourn over a fallen Comrade you will never forget that sound. We lived next door to an Irish Company... And the Dutch. I remember Ron Kofoot (something) a very funny name in swedish since it means Cow-foot or crow-bar, the tool that burgulars use! And André of course. The funny thing with the Dutch soldiers was that they understood Swedish very quickly! Our languages is in someparts very understandable when you see them in writing, as in newspapers. After some days you did not have to translate very much for a Dutchman while he was reading one of our newspapers. If he stayed another week, you could be sure of that he understands almost everything we spoked about, although he could not speak swedish.

I went back to SweMedCoy next winter for another 6 months, went to Bosnia in 1995 and did my last trip to FYROM, Macedonia in 1999. I still have contact with 3-5 persons from my first trip. They are all spreading the news about your homepage.

Omhoog
Nederlands vlag Engelse vlag
Libor 2014 logo